trassen
/ˈtrɑsə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (bouwkunde) met cement die gemalen tufsteen (tras) bevat metselen of bestrijken
- (landbouw) de onderste bladen van suikerriet weghalen
Etymologie
*[zelfstandig naamwoord] tras met uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek