trassen

/ˈtrɑsə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) met cement die gemalen tufsteen (tras) bevat metselen of bestrijken
  2. landbouw (landbouw) de onderste bladen van suikerriet weghalen

Etymologie

*[zelfstandig naamwoord] tras met uitgang -en