treden
/ˈtredə(n)/
Wat is de betekenis van treden?
treden betekent: (erga) met de voeten begaan
Betekenis
werkwoord
- (erga) met de voeten begaan
- (erga) ergens heen bewegen
- (ov) tegemoet treden: naar iets of iemand lopen
Voorbeelden van "treden" in een zin
- Zij traden op het toneel.
- Maar als ik onzeker was, bijvoorbeeld tijdens onweer of bij steile afdalingen, probeerde ik anderen op te zoeken om het onheil niet alleen tegemoet te hoeven treden.
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "treden" / "terden" van Oudnederlands "tredan", in de betekenis van ‘lopen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Uitdrukkingen
- aan het daglicht treden
- in het huwelijk treden
- in het klooster treden
- in werking treden
- met de voeten treden
- met voeten treden
Vertalingen
Engelspace, step, stride
Spaanscaminar, dar pasos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek