trein
mannelijk (de)/trɛin/
Wat is de betekenis van trein?
trein betekent: (spoorwegen) rij wagons die door een krachtvoertuig (bijvoorbeeld een locomotief) voortbewogen wordt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (spoorwegen) rij wagons die door een krachtvoertuig (bijvoorbeeld een locomotief) voortbewogen wordt
- alles wat dient tot het vervoer van zaken die nodig zijn voor een gevechtshandeling
Voorbeelden van "trein" in een zin
- Er reizen dagelijks veel mensen met de trein.
- Toen de trein uit Southampton Waterloo Station in was gereden, had Cynth de schoorstenen van huizen aangezien voor die van fabrieken, de belofte van werk in overvloed.
Etymologie
*Ontleend aan het Franse train, dat uiteindelijk teruggaat op het Latijnse werkwoord trahere ("trekken")
Uitdrukkingen
- Het loopt als een trein.
Vertalingen
Engelstrain
Franstrain
DuitsZug
Spaanstren
Italiaanstreno
Portugeescomboio, trem
Russischпоезд
Chinees火車, 火车
Japans列車
Koreaans기차
Arabischقطار
Turkstren
Poolspociąg
Zweedståg
Deenstog
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek