treurigheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het treurig zijn, verdriet
  2. iets dat treurig maakt
    De film laat het succes van de band zien, maar ook het geploeter om hun succes te bereiken en de soms desolate treurigheid van een bestaan waarin alles voor je geregeld is.

Etymologie

*afgeleid van treurig

Vertalingen

Engelssadness, sorrow
Spaansaflicción, pena, tristeza