treurigheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het treurig zijn, verdriet
- iets dat treurig maaktDe film laat het succes van de band zien, maar ook het geploeter om hun succes te bereiken en de soms desolate treurigheid van een bestaan waarin alles voor je geregeld is.
Etymologie
*afgeleid van treurig
Vertalingen
Engelssadness, sorrow
Spaansaflicción, pena, tristeza
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek