triller

mannelijk (de)/ˈtrɪlər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) een snelle afwisseling van twee tonen, gewoonlijk over een kleine of grote secunde
    In barokmuziek begon een triller op de bovensecunde, later werd het gebruikelijk juist op de ondersecunde te beginnen.
  2. zangvogels (zangvogels) een zangvogel uit de familie (rupsvogels)

Etymologie

* van trillen