triller
mannelijk (de)/ˈtrɪlər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) een snelle afwisseling van twee tonen, gewoonlijk over een kleine of grote secundeIn barokmuziek begon een triller op de bovensecunde, later werd het gebruikelijk juist op de ondersecunde te beginnen.
- (zangvogels) een zangvogel uit de familie (rupsvogels)
Etymologie
* van trillen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek