trilt
Wat is de betekenis van trilt?
trilt betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trillen
Betekenis
werkwoord
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trillen
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trillen
- gebiedende wijs meervoud van trillen
Voorbeelden van "trilt" in een zin
- Jij trilt.
- Hij trilt.
- Trilt!
- Ze trilt over haar hele lichaam.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek