trip

mannelijk/vrouwelijk (de)/trɪp/

Wat is de betekenis van trip?

trip betekent: (schoeisel) (historisch) middeleeuws schoeisel met een houten zool en een riempje over de wreef

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. schoeisel, historisch (schoeisel) (historisch) middeleeuws schoeisel met een houten zool en een riempje over de wreef
  2. schoeisel, historisch (schoeisel) (historisch) plankjes die men bij de turfwinning onder de voeten bond om niet in de natte bodem weg te zakken
  3. paardrijden (paardrijden) houten plankje voor onder de hoef van een paard
tussenwerpsel
  1. aanduiding voor (het geluid van) heel een licht stapje
zelfstandig naamwoord
  1. korte reis
  2. ervaring opgeroepen door bedwelmende middelen (tripmiddelen)

Voorbeelden van "trip" in een zin

  • Ik maakte vóór mijn trip vaak de grap dat ik zodra mijn oudste dochter ontspoorde direct naar huis zou komen.
  • Hebben jullie ook dat wiet roken tijdens de trip echt wel je trip beïnvloedt?

Betekenis en uitleg van trip

Een 'trip' verwijst meestal naar een reis of een avontuurlijke uittocht, vaak kort van duur. Het kan zowel een fysieke reis naar een andere locatie zijn als een geestelijke of emotionele ervaring, bijvoorbeeld tijdens het gebruik van psychedelische middelen.

Het woord 'trip' wordt vaak gebruikt in informele contexten, zoals het plannen van een weekendje weg met vrienden of het beschrijven van een bijzondere ervaring die iemand heeft gehad. Het heeft een positieve connotatie en wordt vaak geassocieerd met plezier en ontdekking. In sommige gevallen kan het ook verwijzen naar een meer spirituele of introspectieve reis, vooral in de context van het gebruik van bepaalde stoffen.

Voorbeelden

  • Na een lange week op het werk, besloot ik een spontane trip naar de kust te maken.
  • Tijdens zijn trip naar Amsterdam ontdekte hij een verborgen café dat hij nooit eerder had gezien.
  • Ze vertelde ons over haar trip naar de Himalaya, waar ze prachtige uitzichten en nieuwe culturen ontdekte.

Woordoorsprong

Het woord 'trip' komt van het Engelse 'trip', dat oorspronkelijk 'stappen' of 'vallen' betekent. Het gebruik in de zin van een reis is ontstaan in de 19e eeuw.

Veelgestelde vragen over trip

Wat is de betekenis van trip?

trip betekent: (schoeisel) (historisch) middeleeuws schoeisel met een houten zool en een riempje over de wreef

Hoeveel betekenissen heeft trip?

trip heeft 6 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft trip?

trip is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van trip?

Synoniemen van trip zijn: tripklomp, treebord, uitstapje, reisje, excursie.

Hoe gebruik je trip in een zin?

Voorbeeld: “Ik maakte vóór mijn trip vaak de grap dat ik zodra mijn oudste dochter ontspoorde direct naar huis zou komen.

Etymologie

**[2] in de betekenis van ‘tijd waarin men onder invloed van drugs is’ aangetroffen vanaf 1970

Vertalingen

Spaansexcursión, viaje