triplet
/triˈplɛt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- stel van drie bij elkaar horende zaken
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘stel van drie’ voor het eerst aangetroffen in 1856
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘stel van drie’ voor het eerst aangetroffen in 1856