Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

tritordeum

mannelijk (de)/ˌtritɔrˈdejʏm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde (plantkunde) graansoort, ontstaan door kruising van wilde gerst met harde tarwe, bijzonder geschikt voor biologische teelt in een droge omgeving
    De teelt van tritordeum is nog bescheiden: in Spanje werd vorig jaar 316 hectare tritordeum verbouwd, in Frankrijk 280 hectare.
  2. voeding (voeding) zaad van de plant ontstaan door kruising van wilde gerst met harde tarwe, dat vergeleken met andere granen minder gluten en meer eiwit, antioxidanten en onverzadigde vetzuren bevat
    Tritordeum is populair bij sporters omdat het voedzaam en licht verteerbaar is.

Etymologie

*via uit modern Latijn, kofferwoord samengesteld uit Triticum durum "harde tarwe" en Hordeum chilense "wilde gerst uit Zuid-Amerika", omdat deze graansoort is ontstaan door kruising van de genoemde granen