Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

troelala

vrouwelijk (de)/ˈtrulala/

Betekenis

tussenwerpsel
  1. (gebruikt in liedjes om het opgewekte of spottende karakter te versterken)
    Prik, prik, PrikkebeenWaar ga jij vanavond heenLinks, rechts, troelalaWe gaan je achterna
    Als het tien uur slaat, springen ze op, hotsen om de tafel heen en blerren: ‘We gaan nog niet na' huis, nog lange niet - lange niet....’ Ze happen naar adem en beginnen opnieuw: ‘En voor Pieta nog eenmaal troelala - troelala - troe.... la.... lá....
zelfstandig naamwoord
  1. loze drukte, overdreven gedoe
    Het gedrag van mensen met betrekking tot de nuttigheid van aanbod beïnvloeden met verwijzing naar urgente wereldverbetering of waardevolle zingeving miskent ‘the invisible hand’ en duidt erop totaal niets van economie te begrijpen. Zo bezien is je merk betekenis laten toevoegen aan de samenleving nogal een troelala.
    Er wordt een persvoorstel­ling aangekondigd van een prent, waarvan de filmkronijker(ster) voortgaand op de naam van de regisseur, de kritieken van andere film- schrijvelaars en de troelala welke er in het buitenland werd rond verkocht, meent te mogen veronderstellen dat ze interessant is.
zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord (scheldwoord) onaantrekkelijke of domme vrouw
    Aan de rechterkant hadden Willy Claes, Koen Crucke (de echte), Sean Connery als 007, Brigitte Bardot in haar jonge jaren, David en Victoria Beckham, nog twee meisjes van de Spice Girls — een van de meisjes was zwanger — en de troelala's van K3 plaatsgenomen.
    Viola Holt is een troelala en moet opzouten van tv.
  2. koosnaam voor een vrouw of meisje
    Wat zou er nu voor kwaad in steken als hij zo'n flink wijf als zuster Vos nu eens begroette met ‘zo, troelala!’ en met een tikje op de billen, was dat zo erg?
    Krijgt Troelala 'et niet te warm?
zelfstandig naamwoord
  1. (Suriname) magische middelen
    Ik eh... ik lees alleen dat je liefdesdrankjes, troelala, kan bereiden.

Etymologie

*[C] verbastering van "tulala"