troepen
meervoud/ˈtrupə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (militair) in een groep optredende militairen
werkwoord
- (verouderd) bij elkaar komen{{ouds
Etymologie
*: van Middelnederlands "troepen" of afgeleid van "troep"
Vertalingen
DuitsStreitkräfte
Spaanstropas
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek