troepen

meervoud/ˈtrupə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair (militair) in een groep optredende militairen
werkwoord
  1. verouderd (verouderd) bij elkaar komen
    {{ouds

Etymologie

*: van Middelnederlands "troepen" of afgeleid van "troep"

Vertalingen

DuitsStreitkräfte
Spaanstropas