trommelslager

mannelijk (de)/ˈtrɔməlˌslaxər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) bespeler van een trommel, een rond slaginstrument, bespannen met een vel
    De muzikale ondersteuning bestaat uit twee trommelslagers, die tevens de zangnummers uitvoeren.

Etymologie

* samenstellende afleiding van trommel en slaan , op een vergelijkbare manier als touwslager