Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
tromslager
mannelijk (de)/ˈtrɔmslaxər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) bespeler van een trommel, een rond slaginstrument, bespannen met een velMaar een goede tromslager is hij gebleven - de beste uit de omtrek, tot aan het uur van zijn dood.
Etymologie
* samenstellende afleiding van trom en slaan , op een vergelijkbare manier als touwslager
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek