troon

mannelijk (de)/troːn/

Wat is de betekenis van troon?

troon betekent: (adel) zetel waar een vorst op zit tijdens formele plechtigheden

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. adel (adel) zetel waar een vorst op zit tijdens formele plechtigheden
  2. figuurlijk (figuurlijk) het koningschap

Betekenis en uitleg van troon

Een troon is een statussymbool dat vaak wordt geassocieerd met koninklijke macht en autoriteit. Het is een majestueus zitmeubel waar een koning of koningin op zit tijdens officiële ceremonies of belangrijke evenementen.

Het woord 'troon' wordt vaak gebruikt in de context van monarchieën en kan verwijzen naar zowel het fysieke object als de positie van macht. Naast politieke betekenis kan het ook symbolisch worden gebruikt om autoriteit of leiderschap aan te duiden in andere situaties, zoals in religieuze of ceremoniële contexten. De term roept vaak beelden op van grandeur en traditie.

Voorbeelden

  • De koning zat op zijn troon tijdens de jaarlijkse troonswisseling.
  • In het verhaal claimde de held zijn rechtmatige plaats op de troon na jaren van strijd.
  • De troon was versierd met gouden ornamenten en edelstenen, een waar symbool van rijkdom.

Woordoorsprong

Het woord 'troon' komt van het Latijnse 'thronus', dat zelf is afgeleid van het Grieks 'thronos', wat 'zitplaats' of 'zetel' betekent.

Veelgestelde vragen over troon

Wat is de betekenis van troon?

troon betekent: (adel) zetel waar een vorst op zit tijdens formele plechtigheden

Hoeveel betekenissen heeft troon?

troon heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft troon?

troon is een mannelijk (de).

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘staatsiezetel van vorst’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Vertalingen

Engelsthrone
Franstrône
DuitsThron
Spaanstrono
Italiaanstrono
Portugeestrono
Russischтрон
Japans王座, 玉座, 王位
Turkstahta
Poolstron
Zweedstron
Deenstrone