trouwkostuum

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding van de bruidegom, het trouwpak
    Het paar zegt al lang geleden met de voorbereidingen te zijn begonnen. 'De trouwkostuums liggen klaar.'Najat Valaud-Belkaçem, minister van vrouwenrechten, zal bij het huwelijk aanwezig zijn. Vincent en Bruno zijn zeven jaar een stel. Hun huwelijksreis gaat naar Brazilië. Ze willen ook samen een kind adopteren, wat nu in Frankrijk voor homostellen officieel niet mogelijk is.Volkskrant ARIEJAN KORTEWEG 21 mei 2013
    'Volgens Koek wordt de bruidegom zelfbewuster. 'Voorheen droeg hij de ring die paste bij die van zijn vrouw, nu geven mannen nauwkeurig aan wat ze willen.'Dit geldt eveneens voor het trouwkostuum. De modebranche, die de afgelopen twee jaar ernstig leed onder de economische recessie, heeft ontdekt dat de huwelijksmarkt blijft pieken.Volkskrant Wil Thijssen 12 januari 2004