tuchteloosheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van tuchteloosheid?
tuchteloosheid betekent: het tuchteloos zijn
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het tuchteloos zijn
Voorbeelden van "tuchteloosheid" in een zin
- De tuchteloosheid van de opgeschoten jongens bezorgde de politie veel werk.
Veelgestelde vragen over tuchteloosheid
Wat is de betekenis van tuchteloosheid?
tuchteloosheid betekent: het tuchteloos zijn
Welk woordgeslacht heeft tuchteloosheid?
tuchteloosheid is een vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van tuchteloosheid?
Synoniemen van tuchteloosheid zijn: rotzooi, wanorde, ordeloosheid.
Hoe gebruik je tuchteloosheid in een zin?
Voorbeeld: “De tuchteloosheid van de opgeschoten jongens bezorgde de politie veel werk.”
Etymologie
* afgeleid van tuchteloos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek