tuchtig
Wat is de betekenis van tuchtig?
tuchtig betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tuchtigen
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tuchtigen
- gebiedende wijs van tuchtigen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tuchtigen
Voorbeelden van "tuchtig" in een zin
- Ik tuchtig.
- Tuchtig!
- Tuchtig je?
Etymologie
afgeleid van tucht met het achtervoegsel -ig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek