tuchtig

Wat is de betekenis van tuchtig?

tuchtig betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tuchtigen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tuchtigen
  2. gebiedende wijs van tuchtigen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tuchtigen

Voorbeelden van "tuchtig" in een zin

  • Ik tuchtig.
  • Tuchtig!
  • Tuchtig je?

Etymologie

afgeleid van tucht met het achtervoegsel -ig