tuinboon

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtœymbon/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort wikke met eetbare bonen
  2. groente (groente) grote bonen van met veel vitamine C en B

Vertalingen

Engelsbean
Spaanshaba, haba común, haba mayor