tuinbouw

mannelijk (de)/ˈtœymbɑu/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw (landbouw) vorm van gewassenkwekerij die zich specifiek toelegt op het intensief wijze telen van groenten, bloemen, planten, bomen, bollen of zaden
    Het Westland staat bekend om zijn tuinbouw.

Vertalingen

Engelshorticulture
Franshorticulture
DuitsGartenbau
Spaanshorticultura, cultivo de hortalizas