tuinzaden
meervoud/ˈtœynzadə(n)/
Wat is de betekenis van tuinzaden?
tuinzaden betekent: bevruchte kiemen afkomstig of bestemd voor de kweek van planten op omheinde terreinen bij woningen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bevruchte kiemen afkomstig of bestemd voor de kweek van planten op omheinde terreinen bij woningen
Voorbeelden van "tuinzaden" in een zin
- Vorig jaar werd alleen al voor drie miljard gulden aan tuinzaden verkocht. Zeventig procent van de Nederlandse woningen, zo'n 4,3 miljoen stuks, zijn voorzien van een tuin.
Etymologie
* tuinzaad met uitgang -en, waarbij de dentaal weer stemhebbend wordt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek