tuis
Wat is de betekenis van tuis?
tuis betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tuisen
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tuisen
- gebiedende wijs van tuisen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tuisen
Voorbeelden van "tuis" in een zin
- Ik tuis.
- Tuis!
- Tuis je?
Veelgestelde vragen over tuis
Wat is de betekenis van tuis?
tuis betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tuisen
Hoeveel betekenissen heeft tuis?
tuis heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je tuis in een zin?
Voorbeeld: “Ik tuis.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek