tunica

vrouwelijk (de)/ˈtyniˌka/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding, geschiedenis (kleding), (geschiedenis) oud-Romeins onderkleed
  2. religie, kleding (religie), (kleding) misgewaad van een subdiaken
  3. membraan [1], omhullend vlies

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘gewaad’ voor het eerst aangetroffen in 1734

Vertalingen

Engelstunic
Franstunique
Spaanstúnica