tuniek

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een opperkleed gedragen door bisschoppen
  2. kleding (kleding) lange bloes, of korte jurk die vaak over een broek gedragen wordt door vrouwen
    Het is anders nu, blijkt uit een snelle telling in mijn kleerkast. Ik kom makkelijk aan tien hippiestuks: 4 paar olifantenpijpen, 1 witte broek met uitzinnige borduursels, 2 tunieks met etnische trekjes, een enkellange rok met psychedelische motieven, een batiktruitje, iets tussen sjaal en stola in een korstig gordijnstofje met minstens tien centimeter lange rafels. En een bijna leeg flesje patchoeliparfum met designeretiket.de Standaard 28 AUGUSTUS 2017
    Het boerkiniverbod zorgde deze week opnieuw voor ophef nadat vier politieagenten een vrouw op het strand in Nice dwongen haar haar tuniek uit te trekken. Een foto van het incident leidde tot grote verontwaardiging.Tubantia Maarten van Ast 11-JANUARI-2017
    Goed voorbeeld van zijn Hermèswerk is de vareuse: een kledingstuk met een smalle, diepe V-hals, dat als jasje, trui of tuniek terugkomt in bijna al zijn collecties. In Antwerpen zijn er zeven te zien. Bij zijn eigen merk presenteerde hij in de winter van 1992-1993 al een voorloper hiervan in de vorm van een motorjack.Volkskrant Bregje Lampe 21 april 2017
  3. korte uniformjas, mini-jurk voor mannen

Etymologie

* uit het Frans

Vertalingen

Engelstunic
Spaanstúnica