turend
/ˈtyrənt/
Betekenis
werkwoord
- aandachtig kijkend en zoekendEen totale maansverduistering met een bloedrode maan heeft vannacht menigtes naar de ruimte turende mensen op de been gebracht.Dit gedicht van Inge Lievaart staat op het vissersmonument op de boulevard van Scheveningen, op de sokkel met daarbovenop de over zee turende vissersvrouw.Op het strand van Schiermonnikoog staat een lichte bries. Een zeemeeuw kijkt verveeld achterom. Het is rustig, de groep is uiteen gewaaierd in naar de grond turende twee- of drietallen. De lucht is bewolkt en af en toe regent het wat. Het zand is daardoor in een keurig gestippeld zandtapijt veranderd.
Etymologie
*"turen" met de uitgang -d
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek