starend
/ˈstarənt/
Betekenis
werkwoord
- langdurig naar één punt kijkendHij had een starende blik nadat hij gehoord had dat hij weer gezakt was voor zijn rijexamen.Starende naar de horizon wacht de vissersvrouw op de terugkomst van haar man.Daar zat ik dan, starend naar de vissen die hopelijk mijn avondeten zouden vormen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek