star

mannelijk/vrouwelijk (de)/stɑr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) een van de lichtpunten aan de nachtelijke hemel die maar heel traag van plaats lijken te veranderen
    Nog glanst de star in 't hemelblauw (…)
zelfstandig naamwoord
  1. kunst, media, persoon (kunst), (media), (persoon) beroemde kunstzinnige persoon, m.n. een zanger/zangeres of acteur/actrice
    Naast de Cinemart en de brede blik die het programma biedt op meer dan alleen de traditioneel-alternatieve films, naast de komst van een glamourgast als Karen Black die, zoals het een star betaamt, arriveerde met zes koffers in twee taxi's, presenteert het festival nu ook producten uit het commerciële filmcircuit.

Etymologie

#verstijfd en onbuigzaam