staren

/ˈstarən/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) langdurig naar één punt kijken, soms zonder iets op te merken
    Je kunt nog lang naar deze bladzijde staren, maar wiskunde leer je er niet van.
    Glazig staarde ik voor me uit terwijl de suikers, vetten en zout in mijn bloedstroom terecht kwamen.
    Iemand bood me een biertje aan, er werd luidkeels gezongen, er werden grappen gemaakt en mensen staarden moe het vuur in.

Etymologie

* Van Middelnederlands "staren", mogelijk afgeleid van "staar". Verwant met Star, "stare". In de betekenis van ‘strak kijken’ voor het eerst aangetroffen in 1276. De huidige betekenis is vermoedelijk beïnvloed door "starren" (zie ook "star").

Uitdrukkingen

  • Met grote ogen starenHeel aandachtig/verbaasd/verwonderd/verschrikt kijken en/of zijn

Vertalingen

Engelsgaze, peer, stare
Spaansmirar fijamente