tutti

onzijdig (het)/ˈtuti/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) gedeelte van een muziekstuk waarin alle stemmen van een koor of instrumenten van muziekgezelschap tegelijk klinken
    Hij begaat zonder blikken of blozen de onvergeeflijke ouderwetsigheid van sommige solofrasen vierkant dood te drukken onder een massaal daverend tutti, een tutti dat de arme soliste zó definitief verplettert als een baksteen een mugje.

Etymologie

[http://www.mareonline.nl/archive/2015/12/02/sink-me-the-ship-master-gunner-ay-ay "Sink me the ship, Master Gunner! Ay, ay!" in: Mare. Leids Universitair Weekblad jrg. 39 nr. 13 (3 december 2015) ]; p. 11 kol. 2; geraadpleegd 2017-10-14