tuttifrutti
mannelijk (de)/ˈtutiˌfruti/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- mengsel van gedroogde vruchten (zoals pruim, appel en abrikoos)Nou ja, brand... "Een gevalletje waarbij het heel goed was dat de buren in actie kwamen", concludeert Martijn Boeijink. "In dit geval stond er iets droog te koken. Tuttifrutti geloof ik. Maar zonder vocht vliegt alles een keer in brand. De buren kwamen af op condens, rook en lucht en belden de brandweer."Tubantia Peter Zandee 17 november 2017
- gerecht bereid uit gedroogde vruchten die zijn geweld en gekooktIk ken trouwens niks van gin. Het maakt dus ook niet uit wat voor gin het is. Zolang het maar geen vrouwengin is. Die heb ik eens ergens geproefd. Het was zo vies dat het een belediging was, roze gin met de geur van bloemen en de smaak van tuttifrutti. Zogezegd typisch iets voor vrouwen.’ de Standaard 18 november 2017
Etymologie
*van "tutti frutti" als benaming voor een sorbet van allerlei vruchten in het begin van de 19e eeuw, in de betekenis van ‘vruchtenmengsel’ voor het eerst aangetroffen in 1886
Vertalingen
Engelsmixed dried fruits
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek