twee
mannelijk/vrouwelijk (de)/twe/
Wat is de betekenis van twee?
twee betekent: "2", het getal tussen één en drie
Betekenis
telwoord
- "2", het getal tussen één en drie
- om een hoeveelheid aan te geven
- om een plaats in een volgorde aan te geven
zelfstandig naamwoord
- het cijfer twee
- dat wat in een (rang)ordening met 2 is aangeduid
- groep van 2 eenheden
Voorbeelden van "twee" in een zin
- De totale kosten bedragen twee euro en zevenendertig cent.
- Twee jongens sprongen verschrikt de hut in, een hoop commotie veroorzakend.
- Het juiste antwoord op opgave twee is "42".
- In zijn handschrift was de Z niet van de twee te onderscheiden.
- Het is weer de twee die het niet doet, kunnen we die niet simpel vervangen?
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "twee" van Oudnederlands "twe", in de betekenis van ‘telwoord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 222
Uitdrukkingen
- geen twee deuntjes voor één cent zingen
- met twee maten meten
- met twee monden praten
- met twee tongen spreken
- niet in twee sloten tegelijk lopen
- op twee gedachten hinken
- op elkaar lijken als twee druppels water
- tussen twee vuren zitten
Vertalingen
Engelstwo, two
Fransdeux, deux
Duitszwei, zwo, Zwei
Spaansdos, dos
Italiaansdue, due
Portugeesdois, duas, dois
Russischдва, две
Chinees二
Japans二, に, 二つ
Koreaans둘, 두, 이
Arabischاثنان
Turksiki, iki
Poolsdwa, dwójka
Zweedstvå, tvåa
Deensto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek