twee-eenheid
vrouwelijk (de)/tweˈʔenhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- geheel dat uit 2 goed te onderscheiden, maar nauw samenhangende delen bestaatMuzikant en instrument zijn een twee-eenheid.Het staat in alle biologieboeken: korstmossen zijn een twee-eenheid, een huwelijk tussen een schimmel en alg.Met zijn notoire stem deelt de filmer aan het begin mee dat hij nooit een trouwring heeft gedragen om de twee-eenheid met zijn partner uit te dragen.
Etymologie
*, geschreven met een koppelteken volgens de Leidraad bij de spellingvoorschriften 7.5 onder (b)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek