Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

tweede paasdag

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) de dag die volgt op paaszondag.
    Op tweede paasdag gaan veel mensen naar de meubelboulevard.

Etymologie

*(coll)

Vertalingen

Duitszweiter Ostertag, zweiter Osterfeiertag