tweehonderdentachtig

/ˌtwehɔndərtɛnˈtɑxtəx/

Betekenis

telwoord
  1. "280", langere vorm van tweehonderdtachtig, tweehonderd plus tachtig
  2. om een hoeveelheid aan te geven
    De inzameling heeft tweehonderdentachtig euro en vijftig cent opgebracht.
  3. om een plaats in een volgorde aan te geven
    De hoofdprijs van de verloting valt op lot tweehonderdentachtig.