tweehonderdtachtig
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌtwehɔndərˈtɑxtəx/
Betekenis
telwoord
- "280", het getal tussen tweehonderdnegenenzeventig en tweehonderdeenentachtig, tweehonderd plus tachtig
- om een hoeveelheid aan te gevenDe totale kosten bedragen tweehonderdtachtig euro en zevenendertig cent.
- om een plaats in een volgorde aan te gevenWe logeerden vlakbij het strand in kamer tweehonderdtachtig van het grootste hotel.
zelfstandig naamwoord
- dat wat in een (rang)ordening met 280 is aangeduidAls jij tweehonderdtachtig opruimt doe ik de twee kamers daarna wel, want die zijn kleiner.
- groep van 280 eenhedenDie tweehonderdtachtig kunnen onmogelijk een complete brigade met tanks tegenhouden.
Vertalingen
Fransdeux-cent-quatre-vingts
Duitszweihundertachtzig
Italiaansduecentottanta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek