tweehonderdvijftig
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌtwehɔndərtˈfɛiftəx/
Betekenis
telwoord
- "250", het getal tussen tweehonderdnegenenveertig en tweehonderdeenenvijftig, tweehonderd plus vijftig
- om een hoeveelheid aan te gevenDe totale kosten bedragen tweehonderdvijftig euro en zevenendertig cent.
- om een plaats in een volgorde aan te gevenWe logeerden vlakbij het strand in kamer tweehonderdvijftig van het grootste hotel.
zelfstandig naamwoord
- dat wat in een (rang)ordening met 250 is aangeduidAls jij tweehonderdvijftig opruimt doe ik de twee kamers daarna wel, want die zijn kleiner.
- zie ook verkleinwoord: tweehonderdvijftigje: geldbiljet met een waarde van tweehonderdvijftig gulden of andere munteenheidKunt u een tweehonderdvijftigje wisselen in kleingeld?
- groep van 250 eenhedenDie tweehonderdvijftig kunnen onmogelijk een complete brigade met tanks tegenhouden.
Vertalingen
Fransdeux-cent-cinquante
Duitszweihundertfünfzig
Italiaansduecentocinquanta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek