tweehonderdveertig

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌtwehɔndərtˈfertəx/

Betekenis

telwoord
  1. "240", het getal tussen tweehonderdnegenendertig en tweehonderdeenenveertig, tweehonderd plus veertig
  2. om een hoeveelheid aan te geven
    De totale kosten bedragen tweehonderdveertig euro en zevenendertig cent.
  3. om een plaats in een volgorde aan te geven
    We logeerden vlakbij het strand in kamer tweehonderdveertig van het grootste hotel.
zelfstandig naamwoord
  1. dat wat in een (rang)ordening met 240 is aangeduid
    Als jij tweehonderdveertig opruimt doe ik de twee kamers daarna wel, want die zijn kleiner.
  2. groep van 240 eenheden
    Die tweehonderdveertig kunnen onmogelijk een complete brigade met tanks tegenhouden.

Vertalingen

Fransdeux-cent-quarante
Duitszweihundertvierzig
Italiaansduecentoquaranta