tweehonderdtwintig
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌtwehɔndərˈtwɪntəx/
Betekenis
telwoord
- "220", het getal tussen tweehonderdnegentien en tweehonderdeenentwintig, tweehonderd plus twintig
- om een hoeveelheid aan te gevenDe totale kosten bedragen tweehonderdtwintig euro en zevenendertig cent.
- om een plaats in een volgorde aan te gevenWe logeerden vlakbij het strand in kamer tweehonderdtwintig van het grootste hotel.
zelfstandig naamwoord
- dat wat in een (rang)ordening met 220 is aangeduidAls jij tweehonderdtwintig opruimt doe ik de twee kamers daarna wel, want die zijn kleiner.
- groep van 220 eenhedenDie tweehonderdtwintig kunnen onmogelijk een complete brigade met tanks tegenhouden.
Vertalingen
Fransdeux-cent-vingt
Duitszweihundertzwanzig
Italiaansduecentoventi
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek