Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

tweehonderdzestig

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌtwehɔndərtˈsɛstəx/

Betekenis

telwoord
  1. "260", het getal tussen tweehonderdnegenenvijftig en tweehonderdeenenzestig, tweehonderd plus zestig
  2. om een hoeveelheid aan te geven
    De totale kosten bedragen tweehonderdzestig euro en zevenendertig cent.
  3. om een plaats in een volgorde aan te geven
    We logeerden vlakbij het strand in kamer tweehonderdzestig van het grootste hotel.
zelfstandig naamwoord
  1. dat wat in een (rang)ordening met 260 is aangeduid
    Als jij tweehonderdzestig opruimt doe ik de twee kamers daarna wel, want die zijn kleiner.
  2. groep van 260 eenheden
    Die tweehonderdzestig kunnen onmogelijk een complete brigade met tanks tegenhouden.

Vertalingen

Fransdeux-cent-soixante
Duitszweihundertsechzig
Italiaansduecentosessanta