tweevoud
onzijdig (het)/ˈtwevɑut/
Wat is de betekenis van tweevoud?
tweevoud betekent: een veelvoud van twee
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een veelvoud van twee
- (grammatica) een grammaticale vorm die weergeeft dat er twee zelfstandigheden bedoeld worden
Voorbeelden van "tweevoud" in een zin
- Ik wil dit graag in tweevoud hebben.
- Het tweevoud komt nog maar weinig voor.
Etymologie
* afgeleid van twee
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek