tweevoud

onzijdig (het)/ˈtwevɑut/

Wat is de betekenis van tweevoud?

tweevoud betekent: een veelvoud van twee

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een veelvoud van twee
  2. grammatica (grammatica) een grammaticale vorm die weergeeft dat er twee zelfstandigheden bedoeld worden

Voorbeelden van "tweevoud" in een zin

  • Ik wil dit graag in tweevoud hebben.
  • Het tweevoud komt nog maar weinig voor.

Etymologie

* afgeleid van twee