tweevoud

onzijdig (het)/ˈtwevɑut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een veelvoud van twee
    Ik wil dit graag in tweevoud hebben.
  2. grammatica (grammatica) een grammaticale vorm die weergeeft dat er twee zelfstandigheden bedoeld worden
    Het tweevoud komt nog maar weinig voor.

Etymologie

* afgeleid van twee