uitbarsten
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (erga) tot een ontploffing komenDe Etna was uitgebarsten en de lava vloeide van de berg.Toen ik de gigantische muur inktzwarte wolken op me af zag komen barstte ik in tranen uit.In mei 1980 was Mt.St.Helens nog uitgebarsten, een van de grootste vulkanische erupties uit de geschiedenis van de Verenigde Staten, waarbij een groot deel van de berg instortte.
- in lachen uitbarsten: plotseling heftig gaan lachen‘Wilde zalm. ’Chantal beet op haar lip om niet in lachen uit te barsten.Het café zag er in al zijn exotische alledaagsheid uit als een filmcoulisse, vlak boven zijn hoofd hing een opgezet hert, schilderijen met dieren in een bergomgeving aan de gelambriseerde muren, het publiek zag eruit als figuranten in een film, sterke vrouwenarmen die overvolle dienbladen droegen met halveliterglazen bier alsof ze alleen maar melk voor de koffie rondbrachten, het geroezemoes van de vreemde taal, iemand aan een naburig tafeltje vertelde heel luid een verhaal waar hij natuurlijk geen woord van begreep maar toch om lachte toen de toehoorders in lachen uitbarstten, zich op de knie sloegen en hun schuimende bierglazen ophieven.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek