uitbraakpoging

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. poging om te ontsnappen
    Een onbekend aantal gevangen zou bij gevechten met bewakers zijn gedood. Tegelijkertijd met de uitbraakpoging ging er ook een autobom af in de omgeving. Volgens de SDF waren strijders van de terreurorganisatie geïnfiltreerd in wijken rond de gevangenis in Hasakah.