uitbreid
Wat is de betekenis van uitbreid?
uitbreid betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitbreiden
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitbreiden
Voorbeelden van "uitbreid" in een zin
- ... dat ik uitbreid.
Veelgestelde vragen over uitbreid
Wat is de betekenis van uitbreid?
uitbreid betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitbreiden
Hoe gebruik je uitbreid in een zin?
Voorbeeld: “... dat ik uitbreid.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek