uitdijing

vrouwelijk (de)/ˈœydɛijɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het groter worden in lengte en of breedte
    In 1929 had de Amerikaanse astronoom Edwin Hubble de uitdijing van het heelal ontdekt.
    Hoogwaardig openbaar vervoer zoals in Twente past bij het pleidooi van het Europees Parlement voor een verdere versterking van het openbaar vervoer in de stedelijke gebieden. Deze groei is nodig vanwege de uitdijing van steden, toenemend verkeer en lawaai en gezondheidsproblemen door luchtvervuiling. Bovendien nopen het klimaat- en energieprobleem tot rigoureuze maatregelen. Tubantia Hans Berkhout 28-03-12 [https://www.tubantia.nl/overig/twente-scoort-met-beste-buslijnen-van-europa~a37a9fa7/ Twente scoort met beste buslijnen van Europa]
    Hierdoor krijgt de wetenschap meer inzicht in de zwarte gaten. Deze zwarte gaten zijn volgens de algemene relativiteitstheorie, gebieden waaruit niets kan ontsnappen, zelfs geen licht. Ook kan de 'donkere energie' beter worden ingeschat, de mysterieuze kracht die de uitdijing van het heelal aandrijft. Tubantia 9 aug. 2012 [https://www.tubantia.nl/wetenschap/onderzoekers-onthullen-grootste-3d-kaart-van-sterrenstelsels-en-zwarte-gaten~ab8a2384/ Onderzoekers onthullen grootste 3D-kaart van sterrenstelsels en zwarte gaten]

Etymologie

* van uitdrijven

Vertalingen

Engelsgrowing, swelling, expanding