uiteenlopendheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het heel verschillend of divers zijn
    Het verschil is ontstaan tengevolge van de uiteenlopendheid van de verschillende onderdelen. Slechts als deze dispersie gering is, leidt eenvoudige evenredige omrekening ook tot goede uitkomsten. [https://www.delpher.nl/nl/boeken/view?identifier=MMKB02%3A000118942%3A00097&query=uiteenlopendheid&coll=boeken De statistiek van het arbeidsloon en van de werkloosheid Lubbers, Gerard 1926]

Etymologie

*Afgeleid van uiteenlopend