uitgooien

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. snel en slordig uitkleden
    De kinderen gooiden kun kleren uit om zo snel mogelijk te kunnen gaan zwemmen.
    Vincenzo knikt, waarna ze beiden hun schoenen uit gooien en tot de enkels het water in plonsen.
  2. snel en slordig leeggieten
  3. iets van je af gooien
    De visser gooide zijn net uit.
    De keeper kon heel ver uitgooien.

Uitdrukkingen

  • een spiering uitgooien om een kabeljauw te vangeniets kleins opofferen om iets groots te winnen
  • een visje uitgooieniets proberen en kijken wat de reactie is
  • een bliek uitgooien om een snoek te vangenmaximale winst proberen te maken met zo weinig mogelijk kosten