uithangen
/ˈœythɑŋə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) iets ruim ophangenWe moesten de was uithangen om deze te laten drogen.Nog voordat ik mijn pakken en overhemden ging uithangen in de kleerkast in de achterkamer, voerde ik het ritueel uit waarmee ik het bureau als mijn territorium markeerde.
- (figuurlijk) ergens verblijven
Uitdrukkingen
- de voeten uithangen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek