uitheemsheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het afkomstig zijn van een ver buitenland
    In de Hema in het verderop gelegen Enkhuizen kíjken klanten vooral lang naar de uitgestalde uitheemsheden. Een grijzende vrouw houdt halt bij de harissa, werpt een blik op het etiket – en loopt dan door naar het wijnschap. Van kopen komt het wat minder, zegt assistent-bedrijfsleider Lies van Wagtendonk. „Het verkoopt hier nog niet héél goed.” NRC 25 juli 2013 [https://www.nrc.nl/nieuws/2013/07/25/maar-werkt-het-ook-1276819-a1396080 ...maar wérkt het ook?]

Etymologie

*Afgeleid van uitheems