uithoor
Wat is de betekenis van uithoor?
uithoor betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uithoren
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uithoren
Voorbeelden van "uithoor" in een zin
- ... dat ik uithoor.
Veelgestelde vragen over uithoor
Wat is de betekenis van uithoor?
uithoor betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uithoren
Hoe gebruik je uithoor in een zin?
Voorbeeld: “... dat ik uithoor.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek