uithouden

/ˈœythɑudə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. absol (absol) het ~ langdurig moeilijkheden verdragen of belasting dragen
    Mijn auto heeft het daana niet zo lang meer uitgehouden.
  2. weghouden van iets

Vertalingen

Engelsbear, carry out, endure
Spaansaguantar, aguantar hasta el fin