Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
uitkaffering
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de keer dat men iemand uitscheldt alsof die persoon een minderwaardig persoon isPiek vertelde veertig jaar later: βSangers zei: βIk heb jouw persoonsbewijs nodigβ. Ik wist niet waarvoor, en ik vroeg er ook niet naar, want ik vertrouwde Maxime en Willy. Ik gaf mijn persoonsbewijs af. Twee dagen later ging ik naar het gemeentehuis en deed bij Sangers aangifte van het verlies van mijn persoonsbewijs. Van Sangers kreeg ik - in aanwezigheid van de burgemeester - de grootste uitkaffering van mijn leven. Beeksverleden.nl geraadpleegd 1-9-2018 [http://www.beeksverleden.nl/2e_wereldoorlog/het_verhaal_van/kleermaker_harrie_piek_en_fred_benedik.html Kleermaker Harrie Piek en Fred Benedik]
Etymologie
* van uitkafferen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek